lesideeën spelling

SPELLINGBINGO

Laat de kinderen de getallen 1 t/m 25 in willekeurige volgorde invullen in de kleine vakjes.

Zorg ervoor dat je als leerkracht van tevoren een lijst hebt gemaakt van 25 woorden die je wilt gebruiken tijdens de bingo. Zorg daarnaast voor 25 briefjes of balletjes met daarop alle getallen.

Bij elk balletje of briefje dat je pakt, benoem je het woord en laat je deze terugkomen in een zin. De kinderen schrijven het woord in het vak bij het getal. Daarna schrijf je als leerkracht het woord op het bord, zodat de kinderen (indien nodig) het woord kunnen verbeteren. Wie heeft als eerste een rij van vijf woorden goed geschreven? Klik hier voor de bingokaart.

 

Tip: laat de kinderen de getallen 1 t/m 25 in volgorde in de verschillende vakjes schrijven. Dan voorkom je dat kinderen het overzicht kwijtraken en vakjes overhouden, omdat ze getallen hebben overgeslagen.

QUIZ: VOLTOOID DEELWOORD

Eindigt het werkwoord in de voltooide tijd op een d, t of op en?

Geef alle kinderen drie blaadjes van A5-formaat met daarop een 'd', 't' en 'en' en laat ze bij elk woord het juiste blaadje omhooghouden.

Klik hier voor het spel.


WERKWOORDSPELLINGBORDSPEL

Dit spel is het meest geschikt om met 2 tot 4 personen te spelen. Elke speler kiest een klein voorwerp als pion. De speler die het hoogst gooit, mag beginnen.

Kom je op een vakje met een werkwoord terecht, dan moet je dit werkwoord op de juiste manier vervoegen. Het aantal ogen op de dobbelsteen bepaalt in welke vorm en tijd het werkwoord geschreven moet worden.

1 = tegenwoordige tijd (stam)

2 = tegenwoordige tijd (hij-vorm)

3 = tegenwoordige tijd (wij-vorm)

4 = verleden tijd (enkelvoud)

5 = verleden tijd (meervoud)

6 = voltooid deelwoord

 

De andere spelers controleren of het werkwoord juist is geschreven. Wanneer het werkwoord verkeerd is geschreven, verbetert de speler het woord. Het spel gaat daarna gewoon verder (op deze manier hebben zwakke spellers ook de mogelijkheid om te winnen). Succes!

 

Download hieronder de bordspellen:

- Zwakke werkwoorden (v/f en z/s)

- Zwakke werkwoorden (stam op -d of -t)

- Zwakke werkwoorden 1 (verleden tijd met -d of -t)

- Zwakke werkwoorden 2 (verleden tijd met -d of -t)

- Sterke werkwoorden 1

- Sterke werkwoorden 2

- Sterke werkwoorden (v/f en z/s)

 


SPELLING: WIE IS DE MOL?

Zijn jouw leerlingen ook fan van Wie is de mol? Waarom speel je dit dan niet in de klas? Je kunt het spel bij heel veel vakken laten terugkomen! Het enige wat je nodig hebt zijn leuke, uitdagende opdrachten en een of meerdere saboteurs.

Voorbeeld:

Hang buiten (bij droog en mooi weer) of in de speelzaal lijsten met moeilijke woorden op. Verdeel de klas in groepjes van ongeveer 6 kinderen. Zorg ervoor dat elk groepje een saboteur heeft. De bedoeling is dat de kinderen met hun groepje zoveel mogelijk woorden opschrijven die ze buiten of in de speelzaal hebben gevonden. Laat maximaal twee kinderen van elk groepje tegelijk rennen. Ze mogen de woorden alleen in de klas opschrijven! De andere groepsleden mogen de woorden controleren. De saboteur kan natuurlijk de woorden expres fout schrijven. Aan het einde van de les (laat ze dit ongeveer 20 minuten spelen) controleer je de woorden. Er mogen pas punten gegeven worden wanneer alle woorden van een lijst goed geschreven zijn. Klik hier voor de woordenlijsten (groep 8).

 

Tip: laat de lijsten een week hangen en speel het spel een paar keer. Zo oefenen de kinderen vaak met de moeilijke woorden.


FLITSKAARTJES WERKWOORDEN

Met deze kaartjes kunnen kinderen de verleden tijd en het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden oefenen. De set bevat ruim 100 verschillende werkwoorden.

 

Tip: druk de kaartjes dubbelzijdig af, zodat de antwoorden op de achterkant komen te staan. Je hebt dan meteen twee sets!

 

Download hier de set kaartjes.